VAA 2021 en 2022 in vragen en antwoorden

De regering heeft de CO2-referentiewaarden voor de berekening van het voordeel van alle aard (VAA) in 2021 meegedeeld. Enkele dagen eerder had het Parlement al een wetsvoorstel aangenomen om deze referentiewaarden vanaf 2022 te beperken. We leggen alles uit, en geven de impact mee voor alle types aandrijvingen.

In 2020 bedroegen de CO2-referentiewaarden 111 gram voor benzinewagens (en ook voor CNG, LPG, hybrides en plug-in benzinehybrides) en 91 gram voor dieselauto's (en plug-in dieselhybrides).

Voor 2021 zijn deze referentiewaarden beduidend lager: 102 gram voor benzinewagens en 84 gram voor dieselwagens. De oorzaak? De sterke versnelling van de vergroening van het wagenpark in 2020, dankzij het succes van elektrische en hybride (plug-in) auto's. Een daling van deze referentiewaarden betekent ook een verhoging van het door de bestuurder te betalen VAA-bedrag.

In 2020 bedroeg het minimum VAA € 1.360 euro. Het minimale VAA zal in 2021 slechts licht verhogen en € 1.370 bedragen. De indexering is dus 1%.

Welke berekeningsformule?

Diesel =  Catalogusprijs x 5,5 + ((CO2 – 84) x 0,1) % x 6/7 x leeftijdscoëfficiënt van het voertuig

Benzine, full hybrid, "fake" plug-in hybride, LPG en CNG = Catalogusprijs x 5,5 + ((CO2-102) x 0,1) % x 6/7 x leeftijdscoëfficiënt van het voertuig

Elektrisch/waterstof/"echte" plug-in hybride = Catalogusprijs x 4 % x 6/7 x leeftijdscoëfficiënt van het voertuig

Welke CO2-waarde?

De regering heeft beslist om te behouden wat de FOD Financiën eerder in 2020 had uitgevaardigd. De waarde die in aanmerking moet worden genomen voor zowel het VAA als de aftrekbaarheid is dus:

  • NEDC 1.0 CO2 als het voertuig enkel een NEDC-waarde heeft; 
  • WLTP CO2 als het voertuig enkel een WLTP-waarde heeft;
  • NEDC 2.0 CO2 OF WLTP CO2 (vrije keuze) als het voertuig zowel een NEDC- als een WLTP-waarde heeft.Het gelijkvormigheidsattest van het voertuig moet worden geraadpleegd om na te gaan of een voertuig twee CO2-emissies heeft (WLTP en NEDC 2.0). Dit attest vermeldt voor een voertuig met twee CO2-emissies zowel een regel met de NEDC-waarden voor het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot (punt 49.1) als een regel met de WLTP-waarden voor het brandstofverbruik en CO2-uitstoot (punt 49.4).

Welke catalogusprijs?

De catalogusprijs is de prijs van het voertuig dat als nieuw aan een particulier wordt verkocht, inclusief opties en daadwerkelijk betaalde BTW. Er wordt geen rekening gehouden met kortingen, reducties of gratis opties.

Welke leeftijdscoëfficiënt?

Verstreken periode sinds de eerste registratie*
Leeftijdscoëfficiënt van het voertuig
0 tot 12 maanden
1
13 tot 24 maanden
0,94
25 tot 36 maanden
0,88
37 tot 48 maanden
0,82
49 tot 60 maanden
0,76
meer dan 60 maanden
0,70
*Iedere begonnen maand telt als een volledige maand

Een rekenvoorbeeld om alles te duiden

  • Laten we het voorbeeld nemen van een dieselwagen die 30.000 euro kost (inclusief BTW en opties, exclusief kortingen) en die in januari 2021 is geregistreerd en 99 gram CO2 uitstoot. In 2021 is de leeftijdscoëfficiënt dus 1. 

30.000 x 5,5 + ((99 - 84) x 0,1) % x 6/7 x 1 = € 1.800/jaar vs € 1.620/jaar in 2020

  • Laten we een ander voorbeeld nemen van een benzinewagen die 30.000 euro kost (inclusief BTW en opties, exclusief kortingen) en die in januari 2021 is geregistreerd en 120 gram CO2 uitstoot. In 2021 is de leeftijdscoëfficiënt dus 1.

30.000 x 5,5 + ((120-102) x 0,1) % x 6/7 x 1 = € 1.877,14/jaar vs € 1.646/jaar in 2020

 

Wat gebeurt er vanaf 2022?

Twee elementen zijn in deze formule belangrijk: de cataloguswaarde van de auto enerzijds en het verschil tussen de werkelijke CO2-uitstoot van de auto en de CO2-referentiewaarde anderzijds. Hoe groter dit verschil, hoe hoger het VAA zal zijn.

Met de vergroening van het wagenpark zou de CO2-referentiewaarde normaal elk jaar moeten dalen (zoals in 2021 het geval is). Dat is althans wat de wetgever voor 2012 had gepland. Maar in 2019 en 2020 zijn de referentiewaarden gestegen door de toename van de verkoop van SUV's en benzineauto's - die meer CO2 uitstoten dan dieselwagens. Als gevolg daarvan was het VAA gedaald. De Kamer heeft ervoor gezorgd dat de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever is gerespecteerd: door de CO2-referentiewaarden af te toppen, zal het VAA niet langer dalen.

Deze plafonds komen overeen met de waarden die in 2020 van kracht waren, namelijk 91 gram voor dieselvoertuigen en 111 gram voor benzinevoertuigen. Concreet betekent dit dat als de gemiddelde CO2-waarden van de verkochte auto's weer zouden stijgen, de CO2-referentiewaarden van 2020 vanaf 2022 in aanmerking zullen worden genomen voor de berekening van het VAA.

Wat met elektrisch?

Door te kiezen voor een elektrische bedrijfswagen beschermt de gebruiker zich tegen deze mogelijke onaangename verrassing vanaf 2022, terwijl hij vooruitloopt op de wetgeving die de regering De Croo voor 2026 heeft aangekondigd.

Waarom? Simpelweg omdat de VAA-formule voor elektrische (en waterstof) auto's anders is. Aangezien de CO2-uitstoot voor deze voertuigen nul is, wordt alleen de cataloguswaarde in aanmerking genomen:

Catalogusprijs x 4 % x 6/7 x leeftijdscoëfficiënt van het voertuig

Voorbeeld van een elektrische auto met een catalogusprijs van 40.000 euro: 40.000 x 4 % x 6/7 x 1 = 1.371,43 €/jaar

CO2-gemiddelden kunnen drastisch dalen of omhoogschieten, het VAA voor een elektrische auto wordt op geen enkele manier beïnvloed! Integendeel, met de leeftijdscoëfficiënt kan deze alleen maar afnemen.

 

Welke verworpen uitgaven voor de werkgever?

Het is heel gewoon om te geloven dat alleen de eindgebruiker van een bedrijfswagen bijdraagt aan het privégebruik van het door zijn werkgever ter beschikking gestelde voertuig. Dat is niet het geval. De werkgever draagt er ook aan bij via niet-toegestane uitgaven

• De werknemer betaalt zelf de brandstof voor zijn privé verplaatsingen: Verworpen uitgaven: 17%

• De werkgever komt tussen in de brandstof voor privé verplaatsingen: Verworpen uitgaven: 40%