3 juni 2020

Nu de lockdown langzaam wordt opgeheven, mogen we niet vergeten dat er zich problemen kunnen voordoen met voertuigen die lange tijd hebben stilgestaan. Er is nog heel wat vertraging weg te werken bij de afspraken voor niet-dringende onderhouds- en reparatiewerken, dus raden wij de bestuurders aan om een paar eenvoudige veiligheids- en onderhoudscontroles uit te voeren voordat ze met hun voertuig opnieuw de baan op gaan.

Hierna volgen een paar basiscontroles voor veiligheid en onderhoud die de meeste bestuurders gemakkelijk zelf kunnen doen. Denk eraan dat bepaalde procedures voor het onderhoud van je voertuig enkel mogen worden uitgevoerd door professionals (zie de lijst aan het einde van dit artikel)!

De motorolie checken

Het controleren van de motorolie is vrij gemakkelijk; dit is iets dat iedereen zou moeten leren uitvoeren.

  1. Parkeer het voertuig op een vlak oppervlak, met de motor uit en afgekoeld.
  2. Kijk in de handleiding van je voertuig waar de peilstok zich bevindt.
  3. Haal de peilstok uit het oliereservoir en verwijder met een propere doek of papier alle olieresten.
  4. Check de aanbevolen niveaus op de uiteinden van de peilstok.
  5. Steek de peilstok terug in het reservoir en haal hem er weer uit.
  6. Controleer tot waar de olie komt. Normaal moet deze tot ergens aan de FULL-markering komen.
  7. Als het olieniveau zich dicht bij de FULL-markering bevindt, moet er niets gebeuren; anders dien je olie bij te vullen.

Motorolie bijvullen

Als het olieniveau van je motor te laag is, moet je olie bijvullen. Dat kan je gemakkelijk zelf doen.

  1. Kijk in de gebruikershandleiding welke soort olie je nodig hebt en waar zich de olievuldop bevindt.
  2. Gebruik een trechter om de olie bij te vullen tot het vereiste niveau. Zorg ervoor dat je het reservoir niet te vol doet.
  3. Check het olieniveau met je peilstok; het kan zijn dat je dit meermaals moet doen, totdat je het juiste niveau hebt bereikt.
  4. Plaats de peilstok terug.

De bandenspanning checken

De voor jouw voertuig ideale bandenspanning staat vermeld op een sticker. Deze bevindt zich normaal in de handschoenenkast, in de deuropening vooraan of op de brandstofklep. Je vindt de juiste waarde meestal ook terug in je boordcomputer of in de gebruikershandleiding.

Om de bandenspanning te checken en aan te passen, heb je een luchtcompressor nodig. Als je er zelf geen hebt, kun je naar het tankstation; op de meeste plaatsen kun je deze gratis gebruiken.

  1. Verwijder de ventieldop.
  2. Plaats het opblaashulpstuk op het ventiel.
  3. Controleer de spanning en pas deze indien nodig aan door lucht bij te pompen of te laten ontsnappen.
  4. Draai de ventieldop terug stevig vast en zorg dat er geen vuil naar binnen kan.

Het profiel van je banden checken

Voor je veiligheid is het uitermate belangrijk dat de profieldiepte van je banden voldoende groot is. Het loopvlak van de banden zorgt voor grip op het wegdek en maakt het mogelijk om het voertuig correct te besturen, vooral tijdens het remmen.

Gelukkig is het checken van je bandenprofiel een koud kunstje. Je hebt alleen maar een bandenprofielmeter of een muntstuk van één euro nodig.

  1. Parkeer je voertuig op een vlak oppervlak.
  2. Plaats de bandenprofielmeter of het euromuntstuk in de groef van de band. Als het gouden randje aan de rand van het muntstuk zichtbaar blijft, is de groef niet meer diep genoeg en moet de band worden vervangen.
  3. Controleer het profiel van de andere banden en terwijl je toch bezig bent, kun je ook checken of er geen zichtbare tekenen van schade zijn (stukjes glas of scherpe voorwerpen die erin steken).

Als de banden versleten en aan vervanging toe zijn, contacteer dan LeasePlan voor een afspraak om ze te wisselen.

De lichten nakijken

Goed werkende lichten (koplampen en remlichten) zijn essentieel voor je veiligheid en garanderen bovendien dat jouw voertuig geschikt is om zich in het verkeer te begeven.

Voor- en achterlichten: De gemakkelijkste manier om je lichten te checken is de hulp inroepen van een tweede persoon. Als je geen helper hebt, steek dan je lichten aan en loop rond je voertuig om ze te controleren.
Remlichten: Vraag iemand om te checken of je remlichten werken, of plaats je wagen in een positie waarbij de remlichten kunnen reflecteren, bijvoorbeeld op een garagepoort of een muur.

Moet er een lamp worden vervangen? We raden je aan om dat niet zelf te doen, want er is toch wel wat werk nodig om dit correct uit te voeren. Contacteer LeasePlan voor een afspraak om je lampen te vervangen.

Wat je niet zelf mag proberen

Een aantal onderhoudstaken voor je voertuig mag je nooit zelf uitvoeren. In de volgende gevallen moet je altijd LeasePlan contacteren:

•storingen in de motor;
•het vervangen van olie en/of oliefilters;
•werken aan de stuurkolom, de versnellingsbak en/of de ophanging;
•alles wat te maken heeft met brandstof en/of elektriciteit;
•het vervangen van remschijven of -blokken;
•het ontgassen van de airco;
•werken aan het koelsysteem;
•het repareren van delen die onder hoge spanning staan, bv. het hoogspanningsontstekingsysteem;
•het controleren van de radiator en de radiatorslang.

Met deze tips kun je zelf een paar voertuigcontroles en onderhoudstaken uitvoeren, maar vergeet niet dat dit gewoon de basis is! Voor een volledig onderhoud van je voertuig moet je altijd naar een professional. Contacteer onze booking line via My LeasePlan voor een onderhoudsafspaak.